Gepost door: gijssterks | 16 september 2012

Sterrenbos 2 op Monumentendag

Afgelopen zondag ,9 september 2012, stond ik in de boerderij Sterrenbos 2 die, in het kader van Monumentendag met thema ‘Groen van Toen’, open was.
Sterrenbos 2 is niet alleen een oude boerderij van voor 1800 die onderdeel was van landgoed Haanwijk, het was ook het atelier van schilder Leon Adriaans.
Ze hadden al een tijdje geleden bij de Heemkundekring vanuit de organisatie van Monumentendag gevraagd naar mensen die ondersteuning konden geven. Ik had me, met Jos, opgegeven. In eerste instantie zou het zijn voor Orrike’s Theehuis, mij wel bekend omdat Toos van het Theehuis getrouwd is met Cees van ome Harrie. Mooie plek.

De juffrouw van Monumentendag belde me op, eind juli, ze hadden al mensen voor het Theehuis. Of ik eventueel bij Sterrenbos 2 wilde assisteren. Ik had niet veel bedenktijd nodig, de vraag was zoiets als een kind vragen of ie in de snoepwinkel wil komen helpen: Ik ken de boerderij, ik heb hem o.a. op de foto gezet voor de Monumenten diashow bij de opening van het gemeentehuis en later voor de fietsroute langs alle Gestelse monumenten. Maar meer nog is het het werk van Leon Adriaans (1944-2004) wat me trekt. Ik vind zijn werk schitterend. Eenvoudig en toch blijk gevend van een groot inzicht, niet gebonden door geldende regels. Hij schilderde bijvoorbeeld ook op zeildoek, of op lege voederzakken waar de brokken ingezeten hadden voor zijn Belse paarden.  Zo was ik ook op de tentoonstelling van zijn werk in het Brabants Museum in 2008, ik schreef er toen een blog over, het museum heeft ook een aantal werken in zijn collectie. Bovendien, ook dat schept een band, hij overleed aan een hartstilstand. Afgelopen december was ik met de jaarafsluiting van de Natuurgroep (zie deze blog) nog in de boerderij die nog niet zo lang geleden aangekocht is door Het Brabants Landschap en waarin op de zolder een bezoekersruimte gemaakt is met uitzicht op het schildersatelier van Leon Adriaans in het achterdeel van de boerderij en dat gebleven is zoals het was toen hij stierf. Voor de rest is de boerderij gebleven zoals hij was sinds een laatste verbouwing in de jaren ’50 toen o.a. de zoldervloer boven de stal van planken werd voorzien, de grupstal en het voorhuis zijn intact gebleven. Het voordeel van een boer die, toen vanaf de jaren ’70 boerderijen werden verbouwd en loopstallen gezet werden, te oud was om mee te doen. Toen hij ‘uit de tijd was’, eind jaren ’80, waren de tijden veranderd: De boerderij bleef zoals hij was. De foto is van 2009, intussen is de grup afgedekt met planken. Na andere huurders woonde vanaf 2000 Leon er met zijn partner Monique. Leon had er zijn atelier al vanaf de jaren ’70. Nu woont Monique er nog als beheerster.

Al voor opening om 12 uur waren er bezoekers die aan de deur stonden te rammelen: Monumentendag was zaterdag in de binnenstad van 10-17 uur, zondag in de buitenplaatsen van 12-17 uur, goed lezen is ook een kunst. Vanaf opening was het dan ook druk. Niet ‘regelmatig aanloop’, nee, druk. We schatten pakweg 300 bezoekers over de hele middag. Het mooie weer zal er ook aan hebben bijgedragen.
Natuurlijk waren er mensen van het type ‘binnenlopen – o, dat is niks – weer weg naar het volgende’, maar ook en vooral veel anderen. Zoals mensen die het kenden van vroeger. Liefhebbers van het werk van Leon Adriaans. En gewoon mensen die de fietsroute volgden en geïnteresseerd rondkeken. Boven, in de ontvangstruimte waar je het atelier kunt zien, draaide een videofilm over Leon Adriaans. Helaas stopte de Cd-speler rond half vijf, ik denk dat hij warmgelopen was. Gelukkig waren de meesten toen al geweest en hadden veel mensen de film wel kunnen zien.

We hadden eigenlijk afgesproken, Jos en ik, dat we zouden wisselen, beneden en boven. De praktijk was dat ik beneden bleef waar ik het naar mijn zin had en Jos boven waar hij het naar zijn zin had. Achteraf, toen we nog even napraatten, kwamen we tot de conclusie dat het beter was zo: Mijn stemvolume kwam beneden beter tot zijn recht, Jos kon boven meer 1-op-1 praten met mensen zonder het geluid van de video te hinderen. Bij het kijken naar het atelier heerste, zoals Jos het zei, soms een sfeer zoals in een kapel, ingetogen bewondering.

Beneden waren het niet alleen de werken van Leon Adriaans die er in de wisseltentoonstelling in de stal hingen, het ging vaak ook over ‘vroeger’, over de stal, over de mensen die in de boerderij gewoond hadden en over de omgeving, een natuurparel naast het geweld van de A2 en Knooppunt Vught.

Leuke ontmoetingen. Grappige ontmoetingen ook. Ik vertelde vaak in het kort over Leon’s leven en/of over de boerderij, grappig is te zien dat je dan begint tegen twee mensen te vertellen en eindigt met zeven of zo, allemaal aan het luisteren, soms nog  iemand die erg lang lijkt te kijken naar een schilderij maar gewoon staat mee te luisteren en zich niet wil binnendringen.

Grappig als je begint over Leon en iemand zegt ‘Ja, ik ken hem nog van vroeger. Hij kwam altijd bij ons thuis. Dat was altijd lachen’ waarna een heel verhaal volgt. Zo leer ik ook nog een en ander.

Grappig ook toen ik iemand begon te vertellen over het voorstuk van de stal dat authentiek is maar waar, zonder iets wezenlijks te veranderen, een beetje meer leefruimte gecreëerd is: Hij kende het, hij had er vier jaar gewoond in de jaren negentig.

Grappig ook als iemand zegt ‘Dieje vloer heb ik nog vaak geschrobt’, ik herkende haar als een was van de familie die iets verderop woonde, ze had er gewerkt als huishoudhulp op de zaterdag.

Niet grappig was het voor de man die kwam vragen of we een bos sleutels gevonden hadden. ‘Nou, bos. Bosje hooguit’ zei ik, iemand had twee sleutels aan een sleutelhanger met blauw reclamelabel binnengebracht, gevonden bij de fietsen. Nee, die was het niet. Hij zou teruglopen op de weg door het bos zoals ze gekomen waren.

Er kwamen mensen binnen, veertigers en ouder, die tegen hun partner zeiden ‘Zo was het vroeger bij ons thuis’ of vaker nog ‘Zo was het vroeger nog bij Ome Toon’ (of een andere oom die niet Toon heette).
Anderen die het kenden van de scouting als ze op zomerkamp bij de boer logeerden, hier of ergens anders in zo’n stal. ‘En als je geluk had kon je in de voederbak liggen op een zak stro, dat lag zo lekker.’ Kleine kinderen ook die zich verbaasden hoe de koeien hier stonden, vastgebonden, de hele winter lang.

Grappig als mensen vragen ‘Woont U hier?’ of ‘Bent U de eigenaar?’ Mijn antwoord was dan vaak: ‘Ja. Vanmiddag van twaalf tot vijf en alleen van deze stal.’

Een man: ‘Aardig, maar ik vind het wel een beetje kinderlijk’, hij was niet een type kunstliefhebber zoals je die in een museum ziet. Ik heb hem verteld dat de plaats en hoeveelheid van bijvoorbeeld het geel op een schilderij dat er hing getuigd van veel inzicht: op de goede plek en niet teveel en ook niet te weinig. Misschien heeft deze man alleen meegekregen dat ik het wel mooi vond.

De merkwaardigste ontmoeting was met iemand die ik kende. We raakten weer aan de praat, wederzijds heel vertrouwelijk zoals mensen die elkaar al lang kennen en elkaar een tijd niet gezien hebben. Haar kende ik goed, hij zat wat vager weggedrukt in mijn geheugen, mijn geheugen voor gezichten is niet geweldig. Vlak voor ze weg gingen vroeg ze: ‘Waar kennen we elkaar eigenlijk van?’ We zijn gaan zoeken. ‘Werk?’ Nee, geen links. ‘Kom je wel eens in Gestel?’ Nee. ‘Kom jij vaak in Vught?’ Nee. ‘Van familie? Verjaardagen of zo?’ Nee. We hebben geprobeerd wat we konden maar we zijn er niet achter gekomen. Achteraf bedacht ik dat ‘het ziekenhuis’ niet aan de orde geweest is, blijkbaar zakt dat steeds verder naar de achtergrond.

Een vrouw die binnenkwam en vroeg of we sleutels gevonden hadden, een half uur na de man die naar die bos sleutels vroeg. Ja, ze was de vrouw van die man.

Iemand, een vrouw van pakweg veertig, die groot bewonderaarster was van Leon’s werk. Dat schept een band, daar kun je mee praten over de inhoud van het werk, over diepere betekenis en referentie naar de persoon, hoe hij was en de relatie met zijn omgeving.

Twee vrouwen, ze waren met de auto want ‘moeder is niet meer zo goed op de fiets’, ze waren speciaal gekomen omdat ze als oorspronkelijke Friezen het werk van Leon kenden uit het Heerenveens museum. Echte fans dus.

Veel mensen uit Den Bosch: in Den Bosch was veel meer reclame gemaakt voor Monumentendag zoals in de Stadseditie van de krant terwijl ze bijvoorbeeld in Den Dungen niet eens de bijlage bij de krant gehad hadden.
Ook bekenden, soms kijkend van ‘Jij hier’ of anderen die me min of meer hier verwachtten, die me bijvoorbeeld kennen van Heemkunde of van begeleiding van de Natuurgroep. En een heleboel mensen waarbij ik niet de kans kreeg meer te zeggen dan een ‘Goedemiddag’ of alleen maar een herkenningsknikje van afstand omdat ik met anderen stond.

Fons van de Hertogboeren begeleide groepjes fietsers, met hem had ik afgesproken dat hij me zou inseinen als hij een nieuw groepje had om even wat tegen te vertellen.

De sleutels met het blauwe label lagen  er nog toen het bijna vijf uur was. We hadden het er al over gehad: Hoe zou de wederhelft reageren? ‘Jij bent ook altijd alles kwijt’ of zo.
Op slag van vijf kwam er een vrouw binnen, ik herkende haar want ik had met haar staan praten, over de kleine schilderijtjes die er hingen. ‘Welke zou je meenemen als ze op het eind van de middag zeggen dat je er een mag uitkiezen?’. We vonden allebei dezelfde mooi, de laan met opkomende zon, klein, 13×18 of zo. Ze was met een vriendin om ook nog even te komen kijken. ‘Hebben jullie misschien sleutels gevonden?’ ‘Met een blauw label’ vroeg ik. Gelukkig, haar sleutels waren terecht. Ze was er thuis achter gekomen en ze kon wel binnen want haar dochter was toevallig thuis.
Nee, vergeten te vragen wat ze thuis zeiden.

Ook aardig was die man op leeftijd die nog iets na vijf uur binnenkwam. Ze waren verkeerd gefietst, terug gemoeten en om moeten rijden, hij zat nog met de oude weg in zijn hoofd. Het bleek dat hij uit Helvoirt kwam en in de jaren ’50, begin jaren ’60 melk controleerde bij de boeren die leverden aan de Sint Jan [melkfabriek in Den Bosch, is later opgegaan in Campina]. Hij kende alle boeren in de omgeving. Zo kende hij ook mijn vader nog goed, mijn vader was melkboer in de jaren ’50 en nam melk af van de Sint Jan. Ze waren verkeerd gereden omdat de weg is omgelegd in de jaren ’60, dat was na zijn tijd in de buitendienst. Natuurlijk mochten ze nog even naar binnen.

Zo heb ik zelf ook genoten van de middag zoals ik hoop dat de mensen die er kwamen ervan genoten hebben.

Gelukkig was het niet constant druk, op een paar rustige ogenblikken op het eind van de middag kon ik ook nog wat foto’s maken van werken die er hingen.
Gewoon voor mezelf.


Meer info over Leon Adriaans / contact zie www.leonadriaans.nl

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: