Gepost door: gijssterks | 9 juli 2013

Hoe het was in het UMC St Radboud

Verslag van de behandeling.

Na jaren met klachten over keelontstekingen en verkoudheden kwam ik eind januari, via de huisarts, bij de KNO-arts in het Jeroen Bosch ziekenhuis die op röntgenfoto’s constateerde dat ik een uitstulping had in de slokdarm met de naam Zenker Divertikel. Een vrij zeldzame aandoening (Internet: 2 op 100.000 per jaar). Omdat dit werk is voor echte specialisten verwees hij me door naar het UMC St Radboud. Op 3 april was ik bij de KNO arts in het Radboud geweest, 15 april bij anesthesiologie, en verder was het wachten op een oproep. Nu was het zo ver.

Op 25 juni, daags voor de Zenker Divertikel operatie melden we ons op de afdeling. Route 752, het staat goed aangegeven in het ruim opgezette ziekenhuis. We zijn mooi op tijd, twee minuten te laat is niet veel, de afstand lijkt een kilometer van de hoofduitgang. Later blijkt het pakweg 300 meter te zijn.

Intake door de verpleging. Daarna door de zaalarts in opleiding. Alles OK voor de operatie. Ik had ‘de mooiste oren die ik vandaag gezien had’, ik vroeg het, ik was niet de eerste.
Neuspoliepen controleren. ‘Wilt U verdoving?’, ik twijfelde. De ‘echte’ zaalarts die er intussen bijgekomen was zei haar dat ze zoiets niet vooraf moest vragen. ‘Als het nodig is merk je dat wel.’ Even later is ze verrukt over de mooie poliepen die ze ziet. Ze zijn teruggekomen nadat ik een tijd spray gebruikte die erg goed hielp. Bij ontslag uit het ziekenhuis zal ik een nieuw recept meekrijgen.
Merkwaardig is dat voor de ICD niets hoeft te gebeuren volgens hen, wel voor pacemakers. De technicus zal wel stand-by zijn maar hoeft in principe niets te doen. Ik snap het niet en dat zeg ik natuurlijk ook.

Ik zal de volgende dag om 8 uur de eerste zijn.

Ik krijg een eenpersoonskamer in het nieuwe gebouw. Route 752. Vijfde verdieping, kamer 5.35.Het gebouw is in gebruik sinds november 2012, nog geen jaar. Alles is nieuw en netjes. Alleen is de douche een beetje krapjes met gordijn tussen douche en wc, en geen planchet om iets op te zetten. De kamer naast me is nog luxer, de hoekkamer op de vijfde verdieping met ramen aan 2 kanten. Het penthouse onder de ziekenhuiskamers. Ik zal niet klagen, er zijn ook 2- en 4-persoons kamers. Ik kan bijvoorbeeld TV kijken zonder koptelefoon en heb nog enige  privacy.

Ik voel dat er iets niet klopt als ik tegen zessen op de gang vraag of ze ook eten voor mij hebben. ‘Dat staat nog in de oven.’ Dat betekent ‘Ik heb het nog niet gezien maar misschien heb ik niet goed gekeken.’ Drie kwartier later zal de verpleging er voor zorgen dat ik een reservemaaltijd krijg. Kipfilet met sperziebonen, gekookte aardappelen en vleessaus, appelmoes en kwark die ik om kan ruilen voor hopjesvla. Ik zou het zelf nooit kiezen, niet omdat het niet lekker is maar omdat het zo vlak van smaak is.

Het is saai op de afdeling. Weinig aanspraak, bijna geen mensen op de gang. Mijn ziekenhuiservaring beperkt zich tot nu toe tot hartafdelingen, met name elektrofysiologie. Die mensen zijn niet echt ‘ziek van harte’ zoals dat heet (de woordspeling is niet van mij), hier zijn ze vaak echt ziek. Kaakchirurgie is hier, en oncologie. Dit is anders.

Als ik de verpleging vertel dat ik ook blog zeggen ze me dat ik positief moet zijn over afdeling C5, deze afdeling. ‘Nee, niet over mij, ik ben niet belangrijk, over de afdeling!’ Ik kan nu al zeggen dat ik weinig negatiefs te melden zal hebben.

De volgende dag, woensdag 26 juni, komen ze me, zoals afgesproken was, om 6:30 vertellen dat ik een half uur heb om me op te frissen. Medicijnen (alleen Metropol / Selokeen), suiker prikken. Om 7:15 ben ik er klaar voor.

Het duurt lang.

Iets na 8 uur hoor ik dat ik niet de eerste zal zijn. Een uur later hoor ik van de zaalarts dat het team nog eens overlegd heeft over de ICD en er moet toch iets gebeuren en de ICD technicus is er pas na 8 uur en …  Daarom is nummer twee nummer een geworden en omgekeerd. Jammer dat voor nummer twee 5 uur was uitgetrokken.

Vervelend.

Ik heb honger en ik mag niet eten in afwachting van de operatie.

Tussendoor prikken ze nog een keer suiker. Niets aan de hand.

Om 12 uur hoor ik dat ik zo aan de beurt ben. Om 12:15 liggend vervoer naar de operatiekamer. Nogmaals discussie over de ICD, ik zie de lichaamstaal van de chirurg, ik zie hem denken ‘Doe niet zo moeilijk, zet dat ding gewoon af’.

Als ik op de verkoever ben, om bij te komen van de narcose, hoor ik dat ze de ICD afgezet hebben met de magneet, de technicus komt controleren of nadat de magneet weggehaald is de instelling van de ICD nog steeds goed is.

Ik heb een slangetje in mijn neus. Informeel wordt gezegd dat de operatie goed gegaan was en dat ik tot maandag in het ziekenhuis zal zijn (‘maar dat heb ik alleen maar gehoord’, de hiërarchie in het ziekenhuis is strikt, ook wie wat mag zeggen).

Zoals ons tevoren verteld was: De operatie houdt in dat de onderkant van de uitstulping gekliefd wordt en met een nietje dichtgemaakt. Als dit alles is mag je na de operatie voorzichtig iets eten en kun je in principe de volgende dag naar huis. Als er na ‘klieven en nieten’ nog weefsel is dat in de weg zit wordt dit met de laser weggebrand en krijg je sondevoeding. Als de volgende dag blijkt dat er geen beschadiging / perforatie is mag de sondevoeding eruit, mag je beginnen met eten en ga je op een dag later naar huis. Als er wel iets is moet de sonde 5 dagen blijven zitten. Het risico bestaat anders dat er via het eten een bacteriële infectie ontstaat en dat wil niemand.

Ik heb veel pijn. Pijn op de borstspieren. Ik herken het van de ablaties in 2010. Score 8 op de schaal van 1-10, waar 3 de grens is van acceptabel. Ik mag ook niet slikken, speeksel liever in het bakje dan doorslikken.

’s Avonds toch maar een ECG, vanwege de pijn in de borstspier. Ik zeg dat het spierpijn is maar ze nemen geen risico. Terecht, patiënten zijn vaak erg goed in wegredeneren of bagatelliseren van problemen. Hier maakt de verpleging zelf het ECG – met enige moeite, vooral om het in het EPD, het elektronisch patiënten dossier, te zetten.
Later op de avond heeft de verpleegster de KNO-arts aan de telefoon. Ze heeft het ECG laten beoordelen door en cardioloog. Alles OK, ik had niet anders verwacht. Ik hoor de verpleegster zeggen wat ik gezegd had: ‘Meneer had zelf zijn ECG ook al als “goed” beoordeeld’. Grappig. Ik zal niet zeggen dat ik elk ECG kan lezen maar ik ken mijn eigen ECG, heel regelmatig ook in de verdeling op de lijnen van de ECG print.

De suiker stijgt, 12.0, ik ben sinds vanmiddag constant aan het eten via de sonde. Niet ernstig, wel spuitje in de buik, ‘2 eenheden’, het zal wel, ik heb alleen pillen voor de suiker. Medicijnen worden vermalen en opgelost toegediend in het infuus van de maagsonde.

Een slechte nacht volgt. Slikken doet pijn. Slijm en proberen niet te slikken, het valt niet mee. En in slaap doezelen en dan slikken – meteen klaar wakker. In mijn keel heeft een beademingspijp gezeten en in de slokdarm ook een voor de operatie, het is allemaal erg gevoelig.

 

De donderdag, het is inmiddels 27 juni, begint, na de medicijnentoediening via de sonde en de suikermeting, met röntgenfoto’s van de keel. Kwart over acht naar beneden, goed negen uur terug.

Ze hebben hier een soort verhuisdienst, patiënten voor de röntgen worden niet door verpleging begeleid maar door expeditie weggebracht en na gereed melding door een ander weer teruggebracht. Bij elektrofysiologie moest altijd iemand van de verpleging mee, met AED omdat je van de telemetrie, de hartmonitor, weg ging.

De dokters zijn bezig met hun ronde als ik terugkom. ‘Ze zullen zo wel bij U zijn.’ Nee dus. Verschillende keren ‘Zo meteen, ze moeten de chirurg nog spreken’, ik weet intussen dat hij ’s middags na mij een spoedoperatie had waarvoor 7 uren waren uitgetrokken. Uiteindelijk hoor ik na half twee van de zaalarts in opleiding dat de zaalarts de chirurg zal zien in de KNO vergadering van half twee tot vier uur. Ik probeer haar uit te leggen dat ‘geen nieuws’ ook nieuws is, dat ze dit wel eerder had mogen komen zeggen.

Rond half vijf komt de zaalarts, mijn lief is intussen op bezoek. Hij heeft de chirurg gesproken, de operatie is goed verlopen maar omdat er een vermoeden is van ’luchtbelletjes’ op de röntgenfoto (volgens de radioloog wel, volgens de KNO arts niet) blijft de sonde. Bij twijfel geldt dat als ‘Ja’. Dus blijven tot na het weekend, maandag voor het eerst iets drinken, dinsdag naar huis. Mits alles OK.

Ik vertel de zaalarts dat het me tegenvalt van de chirurg / KNO-arts, dat hij nog niet langs geweest was: Hij heeft een score van 9.9 uit 5 reviews op Zorgkaart.nl ‘maar nu heeft hij toch een paar punten ingeleverd’. De zaalarts zegt dat het toch echt een aardig en kundig iemand is met veel aandacht voor de patiënt, iemand die een hoge score verdient.

Terwijl we er nog over nalachen … komt hij er zelf aan. Hij wilde toch even zien hoe het met de patiënt was. Inderdaad een aardige man, geïnteresseerd in de patiënt. Hij legt nog eens uit dat het allemaal goed verlopen was, en hoe dat zit met ‘luchtbelletjes’. En hij kon ook lachen om wat ik gezegd had over zijn score. Ik zal het netjes doen: ik voeg er geen review aan toe ook al heeft hij hiermee aardig wat punten teruggewonnen.

Als mijn lief naar huis gaat loop ik mee naar de hoofdingang.
Mijn stem voelt, na vanmiddag, alsof ik een presentatie van een dag gegeven heb. Voor de rest – rustig aan doen, het slijm wordt minder, de zusters zijn aardig, even de kinderen bellen en zo. TV en internet aan bed, al is het touchscreen niet echt soepel, iets om zere vingers van te krijgen, niet om lange teksten te schrijven. Geen weblog dus.

Vrijdag 28 juni. Best goed geslapen met slaappil en extra pijnstiller naast de 3x daags paracetamol. Enige wanklank was dat ik om 00:15 wakker werd van de verpleegster die kwam kijken hoe het was en – toen ik me omdraaide – Getverderie!!! Te hoog voor ontlasting en te laag voor braaksel: Het slangetje van de sondevoeding had gelekt ter hoogte van mijn zij… Nadat het bed verschoond was wel weer doorgeslapen. Het werd tijd.

Het ritme van het ziekenhuis.
Om 7 uur wakker, 7:45 medicijnen (in de slang), 8:30 onder de douche. Je verliest geen tijd met ontbijten, bovendien voel ik me nog niet echt schoon na de lekkage van vannacht.
Een wandeling, naar Ingang West, Hoofdingang, Ingang Oost en weer terug, het moet ruim meer dan een kilometer zijn.
Bloed prikken, ze zijn erg bang voor bacteriële infecties door de mogelijke perforatie. De waardes zijn OK hoewel iets verhoogd.
Steeds de vragen: ‘Welke score geeft U de pijn in de keel?’ en ‘Hebt U pijn tussen de schouderbladen?” wat duidt op een ontsteking. De spierpijn in de borst is nog stekend af en toe, score 8 van 10. De keel score 6.
Suiker prikken. Als hij meer dan 10 is volgt een glucoseprik in de buik. Het hoeft niet meer, de waardes zijn steeds OK.
Medicijnen om 12 uur en 17:30, ondanks de 24-uurs sondevoeding houden ze het ritme van de maaltijden aan.

 

In de nacht naar zaterdag 29 juni alarm van de sondevoeding om 2 uur en kort na 7 uur. Medicijnen rond 7 uur, pijnstillers. De suiker blijft OK.

Op mijn wandelingen geniet ik van de kunst, of tenminste van een aantal werken die ik nu goed kan bekijken.

’s Middags komen de kleinkinderen op bezoek met zoon en mijn lief. De jongste, 3, komt aangerend door de lange gang – tot op 10 meter. Houdt in, op 4 meter draait hij om: zo eng ziet opa er uit met de slang uit zijn neus. ‘Opa is een olifant’, langzaam trekt het bij. Zijn zusje, 6, vindt dat het erg stinkt hier, ze houdt duidelijk niet van de ziekenhuislucht.

We gaan voor het weggaan nog even een ijsje eten – allemaal behalve ik dan – en dat valt tegen: al die luchtjes, zoet sinaasappel waterijs, de lucht van saucijzenbroodjes in het restaurant, … last van opkomend slijm…

’s Nachts word ik verschillende keren opgeschrikt door piepjes van de sondevoeding. Verstoppingen. Vervanging leiding helpt ook al niet. Als iets na 6 uur het alarm weer afgaat bel ik de verpleging niet maar zet de pomp uit en weer aan – het helpt en hij blijft het goed doen.

 

Ook de zondag, 30 juni, verloopt rustig.

Er is een oecumenische dienst in het personeelsrestaurant. Eerder kon ik nooit, op elektrofysiologie zou iemand van de verpleging mee moeten met een AED. Nu kan ik dat ook eens beleven. Het is er best druk, pakweg 30 patiënten waarvan 10 met bed, een flink koor van buiten en een flink aantal vrijwilligers. Een nette dienst.

P1050983 Lege gangen’s Middags maak ik van de gelegenheid gebruik om foto’s te maken van lege gangen in het gebouw, gangen die morgen weer vol zullen lopen.

Mijn lief komt op bezoek, enkele telefoontjes. Als iemand me vraagt of het lang duurt, dat wachten, zeg ik dat ik denk aan vroeger toen ik werkte en het weekend voorbijvloog: Dit weekend heeft evenveel uren als een weekend toen. Ik klaag niet: Als ik me zielig voel hoef ik maar eens tukje de gang op te lopen en een kamer in te kijken, niet iedereen is er fysiek zo goed aan toe als ik.

 

’s Maandagmorgens, 1 juli, word ik een beetje stijf wakker. Stijf in de schouders. Als ik het zeg tegen de verpleegster gaat meteen het alarm op rood: Een infectie? Er wordt bloed geprikt, bloed is OK (waarde iets boven de 10 die het moet zijn maar ver onder de 100 die duidt op een ontsteking), maar dit moet in de loop van de morgen eerst OK krijgen van de baas van de zaalarts. De hiërarchie… ‘responsibility goes up’.

Wegen gebeurt hier op maandag en op donderdag en bij binnenkomst. Bij binnenkomst woog ik 93.8, nu weeg ik op dezelfde weegstoel nog maar 90.3. Ik had het al gemerkt aan mijn broeksriem, een gaatje erbij. 

Om kwart voor twaalf krijg ik waar ik al die tijd op had zitten wachten: Water om te drinken. Eindelijk.
Een half bekertje.
‘Is dat alles?’ denk ik.
Ik neem een slokje.
‘Moet ik dit allemaal opdrinken?’ denk ik.
Het slikken is erg, erg pijnlijk.
De verpleegster zegt dat het goed gaat.
In de loop van de dag mag ik thee drinken, of ranja. ‘Helder vloeibaar’ heet dat.

Na de middag verhuis ik naar een 4-persoons kamer. Er waren zwaardere gevallen in aantocht. Ik vroeg nog of dat te maken had met het feit dat ik afgevallen was, maar nee: het ging om mensen die vandaag geopereerd werden en rust nodig hadden.

Het voelt nu toch al als ‘Uitzitten van de laatste dag’, zoiets als de laatste dag van de vakantie als je toch nog even door het vakantiepark loopt en in gedachte al aan het inpakken bent.

 

Als ik de volgende morgen, dinsdag 2 juli, ook iets wat dikker is, pap, kan weg krijgen mag ik definitief naar huis.

Anders dan wat ik in het verleden meegemaakt heb met formulieren die nog getekend moesten worden gaat dit nu soepel.

Een kopie van de gemeten bloeddruk en suiker had ik al de avond tevoren, ik moet binnenkort op diabetescontrole.

Recept voor spray voor neuspoliepen dat me de eerste dag beloofd was (al weet ik niet hoe het gegaan was als ik er niet zelf om gevraagd had).

Een detail: Als mijn lief en ik weg gaan vraagt de afdelingssecretaresse of ik vertrek. Ik had me moeten afmelden, dat hadden ze me niet verteld. Kleinigheidjes blijven.

In de hal bij de hoofduitgang nog even aangemeld voor het EPD, het elektronisch patiënten dossier. Dat is (deels) online te bekijken. Ik had me eerder willen aanmelden maar ik moest me identificeren en dat kon ik niet: Mijn lief had, op advies van de verpleging, mijn portemonnee mee naar huis genomen, er verdwijnt soms wat uit het ziekenhuis, bijvoorbeeld als de patiënt geopereerd wordt.

Om half twee zijn we weer thuis, Als we een half uur eerder geweest waren zou ik precies een week van huis geweest zijn.

 

De volgende dagen.

De keelpijn is aanzienlijk. Eten gaat moeizaam.

Ik heb het koud, ’s nachts. Ik weet dat het komt van het afvallen. Ik zit op vrijdagmorgen op 86.3 kilo, meer dan 4 kilo onder het gewicht van voor het ziekenhuis. De weegschaal thuis is barmhartig, die weegt altijd een kilo of drie lager dan een geijkte weegschaal zoals die in het ziekenhuis.

Voor de pijn blijf ik nog maar even paracetamol slikken, 3x daags 2 zoals voorgesteld. Dit houdt een pijnstiller spiegel in het bloed.

Op vrijdag eet ik mijn eerste boterham, de korstjes zijn voor de vogels. Pillen niet meer kort gemaakt, een stuk makkelijker.

Het warm eten, donderdag nog door de blender gehaald, gaat beter. Puree met spinazie en vis, niet krokant maar het valt toch in de categorie ‘normaal warm eten’.

Zaterdag eet ik weer ‘gewoon’ brood. We gaan ook, zoals we al lang afgesproken hadden, met kinderen en kleinkinderen naar de dierentuin.

Een weekend met mooi weer.

Zondag gestopt met paracetamol tegen de zere keel.

Langzaam wordt het normaal.

 

Vandaag is het alweer dinsdag, een week na thuiskomst en morgen is de het twee weken geleden dat ik geopereerd werd. Het voelt weer beter. De keel blijft nog wel een beetje voelen alsof ik een klap op mijn strottenhoofd gehad heb. Toch maar weer paracetamol genomen.

Advertenties

Responses

  1. Tjonge Gijs, een heel avontuur weer, leuk om te lezen, beterschap..

  2. Arme Gijs, ik heb echt medelijden met je. Wat een ellende allemaal. Wat een enge operatie. Jakkes. Er blijft je ook weinig bespaard, hé? Sterkte met herstellen en ik hoop dat de operatie je in elk geval verlost heeft van je klachten.

  3. Annette, lief van je maar ik voel het toch niet zo. Het was gewoon een keer nodig. Voor mij was dit gewoon een kleine reparatie aan een (nog) klein ongemakje. En als het dan toch moet dan geen 10 jaar wachten.
    Er zijn erger dingen.
    In het ziekenhuis hoefde ik maar een willekeurig kamer in te kijken en ik zag ze bij de vleet…

    • Natuurlijk zijn er altijd ergere dingen. Maar dit is toch ook geen sinecure. Alleen al het feit dat maar 2 op de 100.000 mensen per jaar dit hebben. Maar okay: als jij het zo voelt zal het wel zo zijn.

  4. […] schreef ik in de weblog Hoe het was in het UMC St Radboud van 9 juli over de operatie aan mijn […]


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: