25 september 2026
Een mooie dag. In meerdere opzichten.
Het was mooi weer, zonnig, warm voor de tijd van het jaar.
Het mooiste was vanmiddag.
Ik ging naar de AH. Geen straf voor mij, ik doe met plezier boodschappen.
Als ik zo tel had ik al iets van drie bekenden gezien voor ik bij de AH was.
Ik zette mijn driewieler naast de ingang toen Wim naar buiten kwam. “Jij maakt ook steeds grotere rondes!” We volgen elkaar op Strava. Zondag gaan we naar zijn verjaardag, hij bleek vandaag al jarig te zijn, ik dacht zondag.
In de AH meer bekenden, goedendag, je hoeft ze niet allemaal aan te spreken met: “Hoe is het ermee”.
Er stond een rijtje bij de kassa. Toen Ina (ik ken haar van gezicht, mijn lief kent haar beter), aan de beurt was zei ze: “Ga jij maar eerst, ik zie dat je niet gemakkelijk lang staat”. Dat klopte, ik overwoog al een extra rondje door de winkel te gaan, stilstaan valt me zwaar. “Ik vind het toch knap wat je allemaal doet”. “Dank je,” zei ik, “ik deed al vaak boodschappen maar mijn lief heeft pas een nieuwe knie, nu moet ik”. De man achter mij met één ding in zijn hand durfde niet voor te gaan toen ik dat aanbood.
Buitengekomen stonden twee bekenden te praten. “Ik zal het wagentje zo meteen meenemen” zei een van hen. “Dat is aardig” zei ik. Ik heb wel eens meegemaakt dat iemand zei dat hij geen wagentje nodig had en dat ik zag dat hij toch een wagentje pakte. ‘Vriendelijkheid kost geen geld’, denk ik dan, een uitspraak van lang geleden die me altijd bijgebleven is.
Toen ik mijn driewieler van het slot af deed kwam er een vrouw aangelopen. “Was u net bij de kassa?” vroeg ze, “ik denk dat u een cervelaatworst achtergelaten hebt!” Dat klopte. Ze gaf hem. “Wat aardig “ zei ik.
Bij het gemeentehuis lag een kabelgoot over de weg, het wordt kermis en de weekmarkt was daarheen verplaatst en er staat een tent. Omdat ik niet genoeg vaart had met mijn driewieler, ik wilde zuinig zijn op mijn mand vol boodschappen achter op mijn driewieler, bleef ik steken. Terwijl ik mijn turbo-knop gebruikte kwam er al een vader die daar liep met twee kleuters aanlopen. “Zal ik een duwtje geven?” “Nee, het gaat wel, maar toch bedankt!”
Zo zijn er vaak dingen die het leven aangenaam maken. Ook als je 76 bent, feitelijk gehandicapte door herseninfarct en meer en de gevolgen daarvan.
Je moet er wat van maken.
Naar buiten.
Mensen ontmoeten.







Reacties